Vanaf 1972 is het vrouwenvoetbal in Nederland officieel ondergebracht bij de KNVB. Sindsdien is er natuurlijk veel veranderd en is het meisjes- en vrouwenvoetbal ongekend populair geworden, zowel in Nederland maar ook daarbuiten. Wereldwijd is vrouwenvoetbal veruit de populairste sport met zo'n 45 miljoen beoefenaars. In Nederland zijn er al zo'n 117.000 vrouwelijke leden bij de KNVB en daarmee is voetbal hier momenteel de tweede grootste teamsport voor meisjes en vrouwen.
Er zijn zo'n 2000 clubs in Nederland die een meisjes- en/of vrouwenteam hebben en meisjes kunnen tot hun 19e jaar bij de jongens voetballen in een gemengde competitie. Tot 14 jaar is het zelfs verplicht om in een gemengde competitie te voetballen. De speelsters in de jeugd ontwikkelen zich goed en internationaal doen de vertegenwoordigende elftallen mee aan de internationale toernooien. Echter, nadat de speelsters overstappen naar de vrouwencompetities bleek het niveau snel te dalen doordat de leden over teveel clubs verdeeld zaten en dus veel clubs maar één of twee teams hadden waar speelsters met een groot leeftijd- en niveauverschil werd ondergebracht. Voor de jonge talentvolle speelsters bestond geen topsportplatform waar zij terecht konden. Hier moest iets aan gebeuren!
Eind 2006 zijn de plannen in een stroomversnelling gekomen, er is een businessplan opgesteld en steun gezocht en gevonden bij de KNVB, ECV en CED. Doelstelling was om het vrouwenvoetbal in Nederland een structurele kwaliteitsinjectie te geven. Begin 2007 werden alle clubs uit de Ere- en Eerste Divisie uitgenodigd voor een informatie- bijeenkomst en er volgden vele gesprekken met individuele clubs. In maart 2007 werden de 6 clubs waarmee de nieuw competitie gestart zou worden bekend; ADO, AZ, sc Heerenveen, FC Twente, FC Utrecht en Willem II. Het Arke stadion te Enschede had op 29 augustus 2007 de primeur als de teams van sc Heerenveen en thuisclub FC Twente tegen elkaar aftrappen voor de eerste competitiewedstrijd.
De clubs komen per seizoen vier keer tegen elkaar uit en de landskampioen wordt namens Nederland ingeschreven voor de Women's Champions League. In de komende jaren zal het aantal clubs uitgebreid worden tot een volwaardige competitie ontstaat. De competitie betekent een historische stap op de weg naar professionalisering van het vrouwenvoetbal in Nederland.
De Eredivisie Vrouwen valt onder het bestuur amateurvoetbal. Daarnaast is de Stichting Eredivisie Vrouwen opgericht die de (commerciële)belangen van de Eredivisie Vrouwen gaat uitbaten. Voorzitter van het bestuur is oud-staatssecretaris Clémence Ross. Het bestuur wordt verder gevormd door vertegenwoordigers van de initiatiefnemende partijen, te weten: Henk Kesler (directeur betaald voetbal KNVB), Ruud Bruijnis (voorzitter bestuur amateurvoetbal KNVB), Alex Tielbeke (directeur ECV) en Patrick Brand (directeur CED). Priscilla Janssens is door de stichting benoemd tot Manager Eredivisie Vrouwen.
Promotie of degradatie is vooralsnog niet van toepassing op deze competitie, alhoewel het de bedoeling is dat dit op langere termijn wel het geval zal zijn. Elke BVO is verbonden aan een hoofdklasseclub om de doorstroom van talent te garanderen. Ook kan deze zogenaamde satellietclub fungeren zoals de beloften-elftallen bij de BVO's, waar speelsters die niet of nauwelijks in de Eredivisie hebben gespeeld die competitieronde bij de satellietclub kunnen meedoen. De BVO's hebben zelf de keus of en aan welke hoofdklasseclub zij zich koppelen.


